Podcastkennisbank
Afdrukken

De basis van alle audio editing software

Als je een boeiende podcast wil maken, ontkom je niet aan monteren. En om te monteren heb je audiomontagesoftware nodig. De basis van elk montageprogramma is hetzelfde. We kunnen je in dit artikel niet vertellen op welke knopjes je precies moet drukken in jouw programma, maar we kunnen je wel de basisprincipes uitleggen die in ieder digital audio workstation (DAW) hetzelfde zijn.

Een getekend plaatje van een 4-baanssnelweg - van bovenaf gezien - waarop gele autootjes van links naar rechts rijden.
De tracks in een audio-editor hebben wel wat weg van een meerbaanssnelweg. Graphic: Hajo Magré.

Een nieuw project beginnen en sporen aanmaken

Maak een nieuw project aan in je DAW. In dit artikel heb je kunnen lezen dat wij altijd opnemen in 48 kHz en 24 bit. Het handigste is om diezelfde waarde aan te houden bij het monteren. We gaan er even vanuit dat je een gesprek tussen drie mensen hebt opgenomen, en dat je per spreker een eigen audiofile hebt. Je hebt dan drie geluidsbestanden die precies even lang duren. Dat is je ruwe materiaal.

Maak nu drie sporen aan in je nieuwe project. (Als je bij jouw editor niet met verschillende sporen kunt werken, moet je echt een ander programma zoeken, want die tracks heb je hard nodig). Je krijgt drie sporen in beeld. Wij vergelijken ze het liefst met de banen van een autosnelweg. Je kijkt er van bovenaf op, en de auto’s rijden van links naar rechts. Helemaal links is het begin van je opname en helemaal rechts het einde.

Nu importeer je de drie ruwe audiobestanden. Soms moet je daarvoor daadwerkelijk een importeerfunctie gebruiken, maar in bijvoorbeeld Reaper kun je de geluidsbestanden gewoon vanuit de Verkenner of Finder naar de track slepen. Leg het bestand helemaal links in z’n track, stijf tegen het begin van de ‘snelweg’. Als je dat met deze drie audiobestanden doet, dan ligt alles weer ‘in sync’ met elkaar. Als je nu op ‘play’ drukt, wordt het geluid van al die sporen tegelijkertijd afgespeeld, door elkaar heen en allemaal zo hard als het is opgenomen. Je ziet een verticale streep die van links naar rechts beweegt en die precies aangeeft welk gedeelte van het geluid je hoort. Je ziet ook een soort visuele representatie van het geluid, meestal in golfjes: wave forms. Daaraan kun je ongeveer zien wanneer woorden beginnen en eindigen en of ze hard of zacht zijn. Als je dagelijks met audio gaat werken, kun je op den duur zelfs ‘eh’s’ herkennen aan hun vorm.

Dit is een kennisbankartikel van NAP1. Wij maken audiocontent in opdracht.

Groeperen en knippen

Je kunt stukjes audio wegknippen en vervolgens het achtergebleven gaatje ‘dichtlijmen’ door het rechterdeel weer tegen het linkerdeel aan te plakken. Hoe je dat precies doet, verschilt per editor, maar het principe is hetzelfde. Let op: als je de schaar zet in track 3, dan raak je de synchronisatie met track 1 en 2 kwijt. Dat wordt echt een probleem, want dan begint iedereen door elkaar heen te praten. Daarom moet je eerst de tracks aan elkaar linken, ‘groeperen’ heet dat. Als je dan een knip zet in een van de tracks, krijg je diezelfde knip ook in de andere sporen en blijft het geluid netjes in sync. Dit is het allereerste begin van het monteren van een podcast.

Screenshot van een meersporenmontage in Reaper
Zo kan de montage van een storytellingpodcast eruit zien, in Reaper.

Crossfade, fade in en fade out

‘Harde knips’ zijn meestal niet zo mooi, die blijf je horen. Daarom verzachten we die door het stukje voor en het stukje na de knip een beetje in elkaar te laten overvloeien. Als het eerste stukje zachter wordt, wordt het tweede langzaam harder. Dat is een crossfade. Verder heeft vrijwel iedere audio editor een functie om audiofragmenten langzaam harder te maken aan het begin (fade in) en zachter aan het einde (fade out). ‘Langzaam’ is een relatief begrip: het gaat vaak om een fractie van een seconde. Toch klinkt het een stuk subtieler dan een ‘harde las’.

Geluidseffecten

Als je ook aan de klank van een podcast wil werken, heb je effecten nodig: plug-ins genoemd. Meestal heb je een knopje of een klein ‘afdelinkje’ per track waar je effecten in kan laden. De meest gebruikte effecten om mee te beginnen zijn EQ – equalisation – en compressie.

De master

De master is het eindproduct: het samengenomen geluid, de output. Daarop kun je óók nog effecten loslaten en die effecten werken dan op alle sporen tegelijk. Zo maak je bijvoorbeeld van het geheel de lage tonen wat harder of wat zachter. Uiteindelijk sla je de master op als een nieuwe file.

De setup uitbreiden

Als je muziek wil toevoegen, gebruik je daarvoor een vierde track. Bij storytellingpodcasts, waarin je werkt met voice-overs en quotes, krijg je nog meer sporen: wij hebben er meestal twee voor achtergrondgeluid, twee voor muziek, een voor de voice-over en dan nog een apart spoor voor iedere spreker. Als je acht sprekers hebt, heb je dus al acht sporen. Dan heb je soms nog twee sporen voor geluidseffecten en een of twee sporen voor nieuwsfragmenten en andere instarts. Zo krijg je gemakkelijk een zestienbaans snelweg. Waarom we ze allemaal op aparte sporen te zetten? Dan kun je eenvoudig per track bepalen hoe hard het geluid moet zijn en hoeveel EQ je bijvoorbeeld toepast. Het kan natuurlijk ook anders, sommige podcastmakers leggen verschillende sprekers op één spoor, maar wij vinden dit prettig werken.

Exporteren

De laatste functie van je DAW die je echt móet kennen, is de functie waarmee je je bestand kunt exporteren. Dat wordt ook wel renderen of bouncen genoemd en je kunt het vergelijken met een Word-bestand dat je opslaat als PDF. Zo’n PDF kun je verspreiden, maar je kunt er geen wijzingen in aanbrengen. Als je toch nog een zin wil veranderen, moet je terug naar Word en daarna een nieuwe export maken. Zo werkt het bij een montageprogramma ook. Bij het exporteren sla je de master – ook wel de mix – op. Je pakt alle sporen samen en maakt daar weer één bestand van waarin alle sprekers zitten, alle muziek netjes is uitgebalanceerd en alles verstaanbaar is. In dat bestand kun je geen wijzigingen meer aanbrengen. De export is dus je eindproduct waar je niks meer aan wil doen. Wil je alsnog wijzigingen aanbrengen, dan ga je terug naar je project in je montageprogramma.

Liever luisteren dan lezen? Check onze kennisbankpodcast!

© NAP1 Podcasts. De tekst op deze pagina valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 4.0 Internationaal-licentie. Wanneer je gebruik wilt maken van dit werk, doe dit altijd met een terugverwijzing middels een link naar deze pagina.

Vorige 6x software om je podcast mee te monteren
Volgende EQ gebruiken in je podcast

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

In dit artikel: